Module 4: De Deurtechniek: Componenten, Sloten & Bekabeling
In deze module maken we de vertaalslag van de algemene AREI-theorie naar de specifieke componenten in en rondom de sturingskasten van onze klanten. Techniekers leren eendraadsschema's en AREI-apparaatsymbolen (zoals het cruciale verschil tussen een gewone scheidingsschakelaar en een vermogensautomaat) correct interpreteren. Daarnaast behandelen we de werking en het correct enkelfasig aansluiten van een driefasige differentieelschakelaar. Tot slot duiken we diep in de werking van vergrendelingen (het functionele verschil tussen Ruststroom/Fail Safe en Werkstroom/Fail Secure) aan de hand van het ASSA ABLOY EL649-98 solenoïdeslot op een SW300-sturing, en hoe we bekabeling mechanisch beschermen via kabelovergangen.
Évaluation
0
0
Il n'y a aucune réaction pour le moment.
Rejoindre ce cours
pour être le premier à laisser un commentaire.
1.
Je bestudeert het eendraadsschema van de klantsituatie en ziet bij de zekering voor onze deur een symbool met een strakke lijn en een klein bolletje eraan, zónder kruisje (x). Wat voor vlees heb je hier in de kuip?
Dit is een volwaardige vermogensautomaat die de installatie automatisch uitschakelt bij een zware kortsluiting.
Dit is een magische Allocking-schakelaar die de deursnelheid automatisch verdubbelt.
Dit is een gewone, handbediende scheidingsschakelaar; deze beveiligt de lijn NIET tegen overstroom of kortsluiting.
Dit is het AREI-symbool voor een defecte kabelovergang die direct vervangen moet worden.
2.
We moeten een driefasige (4-polige) differentieelschakelaar in de kast van de klant gebruiken voor een enkelfasige (230V) aansluiting van een Metaflex of LABEL aandrijving. Waarom moeten we volgens het schema op het toestel vaak een fysieke 'draadbrug' leggen tussen een ongebruikte fase en de nulgeleider?
Om te zorgen dat de deurmotor extra power krijgt uit de overgebleven fasen van het ziekenhuis.
Om te garanderen dat het interne testcircuit (de testknop) van de differentieelschakelaar onder spanning staat en naar behoren functioneert.
Omdat het AREI voorschrijft dat ongebruikte klemmen in een kast altijd met elkaar verbonden moeten zijn tegen stof.
Om de verliesstroomschakelaar te foppen zodat hij denkt dat er een driefasige motor achter hangt.
3.
Een klant eist dat we een ASSA ABLOY / Nemef EL649-98 slot monteren op een gecertificeerde vluchtdeur. Hoe moeten we de mechanische inbusschroef op het slot en de DIP-switches op de SW300 EXU-SI uitbreidingsprint configureren?
Het slot moet fysiek op 'Ruststroom' (Fail Safe) staan en EXU-SI DIP 2 moet op UIT ('Slot zonder spanning'), zodat het slot bij stroomuitval of brandalarm direct mechanisch ontgrendelt.
Het slot moet op 'Werkstroom' (Fail Secure) staan en de DIP-switch op AAN, zodat de deur extra stevig in het slot getrokken wordt als de stroom wegvalt.
De configuratie maakt niet uit, zolang we de brandmeldcentrale (FIRE) maar rechtstreeks op de 230V-voeding van de motor aansluiten.
We moeten het slot op 'Bistabiel' zetten en de software programmeren zodat de deur willekeurig open of dicht gaat bij paniek.
4.
Wat is vanuit elektrisch oogpunt het grootste gevaar als we de 24V signaalkabels van een BEA Magic Switch of Flatscan sensor door dezelfde krappe kabelgoot trekken als de 230V-voedingskabel van de deurautomaat?
De 230V-kabel wordt jaloers op de mooie kleuren van de BEA-kabel en stopt met werken.
De sensor gaat veel te veel stroom trekken waardoor de zekering in de kast van de klant omslaat.
Er gebeurt helemaal niets, zolang beide kabels maar een plastic mantel hebben is er volgens het AREI geen vuiltje aan de lucht.
Er kan door elektromagnetische koppeling inductie optreden in de signaalkabels, wat leidt tot 'spookdetecties' waarbij de deur continu ongewenst open en dicht blijft gaan.
5.
Waarom monteren wij bij Allocking ALTIJD een flexibele kabelovergang (zoals een stalen veerhaspel of inbouwdoorvoer) op de overgang van het vaste deurkozijn naar de bewegende deurvleugel?
Omdat het er een stuk flitsender uitziet op de werf en we zo onze esthetische Allocking-standaard hoog houden.
Om de interne aders van de sloten of sensoren te beschermen tegen constante mechanische buiging, schuren en knellen, wat gegarandeerd leidt tot kortsluiting of kabelbreuk. (
Om te zorgen dat de kabel langer blijft, omdat de kabel in de veer kan uitrekken als de deur te ver openslaat.
Omdat het AREI verplicht dat elke 24V-kabel minimaal drie keer buigt voordat hij de sturing bereikt.